Buikje gevuld, fiets op

Voedingstips voor de woon-werkfietser

Er bestaat een overvloed aan voedingstips voor wielertoeristen, maar wat met die vele sportievelingen die dagelijks de fiets gebruiken voor het woon-werkverkeer? Proppen zij zich best ook vol met suikergels, krachtrepen en rijsttaartjes, of pakken ze het beter anders aan? Voedingsspecialiste Stephanie Scheirlynck maakt ons wijzer.  
 

NUCHTER NAAR JE WERK

Als de rit naar je werk maximum anderhalf uur duurt, kun je eventueel zonder ontbijt op de fiets springen. Er zijn wel twee voorwaarden: je mag de rit niet als een snelheidsduivel afhaspelen en bij aankomst op het werk moet je meteen ontbijten. 

ONTBIJT IN TWEE KEER

Wat ook kan, is dat je het ontbijt splitst. Je kan thuis al het volgende eten:  een klein kommetje met havermout, muesli, granola met yoghurt, platte kaas en fruit. Als je aankomt op het werk kun je, bijvoorbeeld, een volkorenboterham met kippenwit of smeerkaas achter de kiezen steken.

LUNCH: NIET SKIPPEN!

Natuurlijk mag je ook de lunch niet overslaan. Laten we ervan uitgaan dat er ’s avonds thuis een warme maaltijd staat te wachten. Dan kan de lunch op het werk er als volgt uitzien: twee volkorenboterhammen met mager vlees als beleg, wat groenten (sla, tomaten, worteltjes, …), één stuk fruit en water.

VOOR DE TERUGWEG

Eén tot anderhalf uur voor je terug naar huis fietst, kun je best nog een tussendoortje eten. Dat kan bijvoorbeeld een granenreep, een banaan of een zelfgemaakte sportcake zijn.

Als de verplaatsing naar en van het werk langer duurt dan anderhalf uur,  is het belangrijk dat je altijd eet voor je vertrekt. Ook kun je best wat vaste voeding en isotone sportdrank (houdt het vocht- en suikergehalte op peil) voorzien voor onderweg.
Bike to Work is het fietsmotivatieprogramma van de Fietsersbond